Wie is Frans Douw?

Het Platform voor Relaties van Gedetineerden is een belangrijk initiatief.
Ik ben Frans Douw en heb veertig jaar in inrichtingen voor jeugd, forensisch psychiatrische patiënten en volwassen gedetineerden gewerkt. De laatste 27 jaar was ik gevangenisdirecteur.
In die jaren heb ik talloze mensen gesproken die betrokken waren bij delict, straf, herstel en terugkeer en heb ik ontdekt dat er een paar principes zijn die vanzelfsprekend lijken. Maar waar naar lang niet iedereen zich naar gedraagt. Op een rijtje:

We zijn allemaal gelijk. Niemand is een haar beter dan iemand anders. En iedereen heeft recht van spreken en verdient erkenning voor wie hij is en heeft meegemaakt. Gedetineerden zijn vrienden van mijn kinderen en kinderen van mijn vrienden. Buren, collega’s, familie. In de praktijk hebben veel mensen vooroordelen naar gedetineerden en hun familie en zelfs een deel van het personeel van inrichtingen vind het opsluiten wat makkelijker als ze weten dat de gedetineerde weliswaar een medemens is, maar dat hij of zij “toch echt anders is dan ik”. Deze gedachte is volstrekt onjuist.

Het zo weinig mogelijk belemmeren van contact met de buitenwereld, vooral met dierbaren, is een van de belangrijkste manieren om detentie-schade te beperken. De belangrijkste mensen in het leven van gedetineerden (en in mijn leven) zijn hun dierbaren. Kinderen, partner, ouders enz.. Het is een groot onrecht dat in Nederlandse gevangenissen de meest sobere bezoekfaciliteiten hebben in vergelijking met de omringende westerse landen. Als voormalig Justitiemedewerker schaam ik me voor het uurtje bezoek op een onmogelijke tijd en plek, voor de “slang” in de bezoekerszaal en het “wipkamertje”. Dit getuigt niet alleen van disrespect voor de andere rollen van een gedetineerde (vader, zoon, partner) maar ook voor de rol van zijn of haar dierbaren. En het geeft blijk van minachting voor de wet.

De enige straf die een gedetineerde medemens namelijk heeft is, dat hij of zij in de gevangenis moet blijven. Verder zegt de wet dat beperkingen alleen opgelegd mogen worden als dat strikt noodzakelijk is om iemand binnen te houden en de orde en rust te garanderen. Verder moet gewerkt worden aan beperking van de detentie-schade en het voorbereiden op terugkeer in de samenleving. Elke gedetineerde en elk personeelslid weet dat veel beperkingen niet daarom worden opgelegd maar om financiële en organisatorische redenen en omdat het om “boeven” gaat. De politiek denkt nu eenmaal beter te scoren met een harde houding naar gedetineerden.

Het vreselijke drugs-ontmoedigingsbeleid, ingezet door Albayrak is daar een voorbeeld van. Het heeft het gebruik van en de handel in drugs niet verminderd maar een ontelbaar aantal dagen in de strafcel opgeleverd met de bijbehorende trauma’s en detentie-schade. Zeven dagen in je onderbroek in een kale ruimte levert volgens wetenschappelijk onderzoek onherstelbare schade op.

Je hoeft niet doorgeleerd te hebben om te weten dat achterblijvers zoals kinderen en partners een veel grotere rol in het leven, het beperken van de schade en de reintegratie van de gedetineerde spelen dan de sociaal werker, psycholoog of bewaarder. Het feit dat achterblijvers op dit moment geen stem of rol hebben in de manier waarop de detentie en terugkeer wordt uitgevoerd is dan ook een verwerpelijke praktijk. “Het systeem” kan hen gemakkelijk negeren omdat ze geen formele positie hebben. Ook de privacy-regels sluiten elke betrokkenheid uit als het gevangeniswezen niet gemotiveerd is om actief aan de slag te gaan met wat wel kan! Volkomen terecht is, dat er sprake is van het versterken van positie van slachtoffers. Maar als je echt wilt dat er herstel plaatsvind dan zou het gevangeniswezen achterblijvers veel meer moeten betrekken.

Ik ben bevriend geraakt met nabestaanden van ernstige geweldsmisdrijven, achterblijvers en mensen die op dit moment nog een (levens-)lange gevangenisstraf uitzitten of op Death Row verblijven. Mijn beste vriend Toon Walravens heeft jaren in de gevangenis gezeten en werd forensisch psychiatrisch behandeld. Samen hebben Toon en ik de Stichting Herstel en Terugkeer opgericht. Wij brengen daders, slachtoffers, professionals en achterblijvers bij elkaar.

Ik heb me verbonden aan dit platform omdat ik weet dat dat is wat je moet doen als je wilt bijdragen aan herstel: het zorgen dat alle betrokkenen na een delict weer op een goede manier verder kunnen met hun leven. Samen met Stephanie, Jacqueline Johanna Kallenbach en Stefan Huijboom zijn we begonnen en ik hoop dat veel achterblijvers zich aansluiten. Want zij zijn degenen die het hardst getroffen worden door de gevolgen van detentie en het minst gehoord worden…….